Neurocratie

Als conferentieganger van de grootste conferentie op het gebied van Leren & Ontwikkelen, de ATD, ben ik benieuwd naar de nieuwste inzichten. Net als iedereen natuurlijk.
Een van de thema's die de laatste jaren veel aandacht krijgt tijdens deze Amerikaanse conferentie is Breinleren. Wat zegt het brein ons dat we kunnen gebruiken om mensen beter te laten leren? Fancy namen als 'neuroleadership' trekken ons trainers aan, omdat dit vakgebied de belofte heeft dat het brein ons de geheimen van leren en goed leiderschap zal onthullen.

Ook ik verheugde mij om meer te weten van breinleren, temeer omdat ik wetenschapsjournalist Mark Mieras had gezien. Zijn lezing op de school van onze oudste zoon ging over hoe wij als ouders de hersenen van onze pubers het beste kunnen stimuleren.Neurowetenschap heeft de laatste decennia veel vooruitgang geboekt op het gebied van basale hersenontwikkeling. Er is ook veel nuttigs bekend geworden over de relatie tussen hersenfuncties en neurologische aandoeningen. Dus ik heb er zin in!

Daarnaast ligt er sinds drie weken ook een zeer interessant boek op mijn nachtkastje; 'De DSM 5 Voorbij' van psychiater Jim van Os. Dit opende enigszins mijn ogen over de 'breinificatie' van onze samenleving en gaf me een prikkelende kritische noot waar ik zo van houd.

De fascinatie voor het brein in relatie tot gedrag is volgens van Os gestoeld op drie verklaringen:

Vendl Farbe Brein
  1. De wow-factor: Door het technologisch aspect van hersenonderzoek lijkt het of we bezig zijn om gedrag technologisch en dieper en dus 'objectiever' te verklaren. Dat is in zijn extreme vorm te merken op de psychologische faculteit in Nederland, waar het turen in het brein een soort cultstatus heeft aangenomen.

  2. Fascinatie met onszelf: Onze onverzadigde honger om beter begrip van onze zielenroerselen te krijgen. We willen voorspellen en kunnen verklaren waarom we zijn zoals we zijn en zijn gebiologeerd door ons eigen gedrag. Echter doen we dit wel op een moderne manier, meer 3.0 zeg maar. Het Es van Freud is vervangen door Het Brein.

  3. De status die neurowetenschappers in Amerika hebben is vele malen hoger dan die van 'praat psychologen'. De biologische psychologie trachtte de afgelopen 50 jaar bij voorkeur DSM-specifieke genetische (hersen-)afwijkingen aan te tonen; makkelijk publiceerbaar en altijd garant voor veel media aandacht.

Maar wat is nu eigenlijk de stand van zaken in de biologische psychiatrie? Jim van Os moet ons het antwoord helaas schuldig blijven. De (meer dan 10.000- den!) onderzoeken worden telkens op net een andere manier gedaan en kunnen niet goed vergeleken worden.

Menselijk gedrag is, hoe lastig ook, niet echt te voorspellen. Door onze zucht het toch te willen beheersen kunnen we neigen naar een soort tunnelvisie. Het brein is tot het allesverklarende object verheven, wat we op dit moment vereren en aanbidden. Terwijl er met onderzoeken in de breinpsychiatrie nogal wat mis is namelijk. Een van de dingen is dat er met zeer afwijkende groepen wordt gewerkt. Mensen die in erbarmelijke omstandigheden leven en bijvoorbeeld schizofrenie hebben, worden vergeleken met de über-normalen. Dan bekijkt men hun hersenen en zegt: 'Kijk we hebben een verschil gevonden! Mensen met schizofrenie hebben een hersenafwijking.' Maar komt dit nu doordat de hersenen van deze zieke mensen al anders waren of zijn ze zo gewórden (door medicatie, verwaarlozing en slechte voeding)? Jarenlang sloot men de ogen voor deze laatste mogelijkheid.
Niet al het afwijkende gedrag hoeft te worden gereduceerd tot afwijkingen in het brein. De ervaring die iemand meemaakt en het effect dat dit weer heeft op zijn hersenen wordt onderbelicht. Van Os besluit: “De waarheid is dat we de relatie tussen brein en geest (nog) niet goed begrijpen.”

En daardoor ben ik nog nieuwsgieriger geworden wat mensen als David Rock dit jaar gaan vertellen...