Chaos of controle?

Gisteren was de eerste dag van de avondvierdaagse. Ik heb me opgeworpen om te helpen bij het aftekenen van de kaartjes. Ik schuif aan bij een blondharige, met juwelen behangen moeder. Ze zit achter de kaartjesafgifte tafel en is duidelijk bemiddeld. Ik vraag haar wat ik kan doen en merk dat ze het liefst alles zelf onder controle houdt. Sommige mensen kunnen dat, alles naar zich toetrekken zodat je er zelf voor jan doedel bij zit.

Maar een nieuwe taak doet zijn intrede. Een Marokkaanse moeder komt binnenlopen, hijgend met een peuter op de arm en een kleuter aan de hand. Haar oudste zoon Diar moet ook met de vierdaagse mee. Maar de 10 km is al weg verzucht de moeder achter het tafeltje. Ze kijkt de Marokkaanse meelijwekkend aan 'geeft niet hoor' zegt ze, maar ik zie aan haar dat ze de chaos in deze andere vrouw veracht. Bij haar is alles keurig en geordend.

Ik daarentegen hou van buitenlanders. Ik hou van ze omdat ze te laat zijn, de weg niet weten en ook niet weten waar een bepaalde straat zich bevindt en al helemaal niet weten wat de route is van de avondvierdaagse. Net als ik. Alles wat niet volgens een structuur of controle verloopt, heb ik lief. Onthande buitenlanders wekken een hulpbehoefte bij me op. Nederlandse moeders daarentegen maken me bang. Met hun priemende ogen bevragen ze mij waarom ik tijdens deze dagen niet het eten om 17.30 klaar heb. En waarom ik mijn kinderen niet op tijd bij de start kan afleveren. Ze luisteren uit beleefdheid naar mijn ter plekke verzonnen ongelukken en ik zie achter hun ogen: NIET GESCHIKT ALS GOEDE MOEDER.

Hoe doen deze gouden moeders dat? Altijd op tijd, netjes gekamde haren, nooit het boterhammetje vergeten mee te geven of het cadeautje voor de juf die toevallig jarig is. Het zal wel in de volksaard liggen. Vanuit betrouwbare bronnen hoorde ik dat de minnaars hier ook altijd stipt op tijd zijn. Hoe opwindend is dat? Mijn verlangen gaat er in ieder geval niet noemenswaardig van stijgen.

Om mijn hulpbehoefte te bevredigen stort ik mij op de Marokkaanse moeder Amira en zeg: 'Ik breng uw zoon wel even naar zijn school'. Ik ben blij met mijn goede daad. Maar u begrijpt wel dat ik dit geheel doe voor al die keren dat ik te laat kwam, en iemand anders mijn kind naar de vergeten voetbalwedstrijd heeft gereden of stand-in was voor ons gezin. Of omdat ik tijdens de avondvierdaagse een andere moeder bereid vond mijn kleuter te begeleiden, niet wetende dat je ze onder de 7 niet gewoon kon afleveren.

Maar ach,ook deze ouders zullen wel iets chaotisch in zich hebben. Ze lachen in hun vuistje omdat zij nu eens niet degene zijn die verstek hebben laten gaan.