Provoceren om te stimuleren

Artikel artsenkrant

De Nederlandse therapeute Adélka Vendl schreef een boek met de titel ‘U lijkt me een vrij hopeloos geval’. De provocatieve psychologie die ze daarin beschrijft is ook bruikbaar in de huisartsenpraktijk, zegt ze.

In de jaren 1960 kreeg Frank Farelly wereldwijde aandacht met zijn ‘provocatieve psychologie’. In ons land is dit type therapie nog niet zo bekend, maar in Nederland wordt het al sinds de jaren 1990 toegepast, zegt arbeids- en organisatiepsychologe Adélka Vendl. Zij maakt in haar coaching praktijk uitsluitend gebruik van provocatieve psychologie, en ziet ook mogelijkheden voor de toepassing door huisartsen. Over provocatief coachen bestaan nogal wat vooroordelen: je zou vrijuit je cliënt of patiënt mogen kwetsen, be - ledigen en belachelijk maken … Maar daar zou uiteraard niemand bij gebaat zijn, zegt Adélka Vendl. “Een provocatieve therapeut werkt met humor – geen sarcasme! – en een heel warm hart. De therapeutische provocatie is een heel zorgvuldige uitnodiging tot reactie. Het gaat erom iemand uit te dagen, een emotionele reactie uit te lokken, om de cliënt te stimuleren zich uit te spreken en zo zijn kracht te bevorderen. Denk aan het Latijnse provocare, wat betekent ‘iets naar voren halen’.”

‘Bent u er zo één?’

Een provocatieve therapeut hanteert ongebruikelijke gesprekstechnieken, zegt Adélka Vendl: “Overdrijven bijvoorbeeld, dramatiek, stereotyperen, onderbreken … Ik zal bijvoorbeeld al gauw zeggen ‘Oh, ik zie het al, u bent er zo één!’ Als dat gebeurt in een veilige sfeer, en met een luchtige, speelse ondertoon, zal de cliënt begrijpen dat het goed bedoeld is. Je houdt hem of haar op die manier een uitvergrotende spiegel voor.” De achterliggende idee is dat wie emotioneel wordt geraakt, zichzelf veel sneller laat zien, zegt Adélka Vendel. “Met provocatieve coaching beland je daardoor sneller bij de kern van een probleem, bij datgene waarover cliënten soms uit schaamte of angst niet praten.” 

De provocatieve therapie gaat uit van een aantal principes: “Mensen zijn niet zo kwetsbaar als je denkt. Problemen zijn niet altijd even serieus. En lachen kan helend zijn.”

Bij de huisarts

Er zijn huisartsen die samenwerken met een provocatieve therapeut, weet Adélka Vendl: “Het kan handvatten bieden om om te gaan met patiënten waarbij je met de handen in het haar zit.” Vendls boek werd trouwens geredigeerd door een huisarts die gebruik maakt van provocatieve therapie: “Bij patiënten met wie je een goede band hebt, kan provocatieve therapie de relatie verdiepen, en de patiënt het gevoel geven dat u hem als arts echt doorhebt. Dat kan helpen om gedragspatronen te doorbreken. Bijvoorbeeld bij patiënten die niet onder ogen willen zien dat een bepaalde klacht psychosomatisch is, of dat ze iets aan hun levensstijl moeten veranderen. Zo was er een vrouw die op het randje van overspanning balanceerde. Haar arts had al ettelijke keren gesuggereerd dat ze wellicht wat minder moest gaan werken of beter ander werk kon zoeken. Toen ze daarentegen opeens opperde dat ze misschien wat harder aan de slag moest, schoten arts en patiënt in de lach, en dat zorgde voor een doorbraak. De patiënte accepteerde eindelijk dat er echt iets moest veranderen.” Ook bij patiënten met wie de relatie juist stroef verloopt, kan provocatieve therapie nuttig zijn: “Bijvoorbeeld bij patiënten die moeilijk te bereiken zijn, of die niet wakker geschud willen worden. Een puber bijvoorbeeld, bij wie niets van wat je zegt lijkt door te dringen of die alle suggesties die je doet afblokt.” Het kan ook werken om het relaas van de patiënt over te nemen en te vergroten, zegt Adélka Vendl. “Dat zorgt dan voor een shockeffect. De arts over wie ik sprak zei op een gegeven moment tegen één van haar patiënten zodra die binnenkwam: “Zal ik maar meteen een doorverwijzing schrijven? De patiënt – die inderdaad vaak om een doorverwijzing kwam – vond dat niet fijn. Maar nadien bleek er toch een doorbraak te zijn geweest.”

Oefening baart kunst

Je moet als arts of therapeut voldoende sterk in je schoenen staan om provocatieve therapie toe te passen, weet Adélka Vendl. “Mits het volgen van training gaat het steeds soepeler. Zonder scholing is het beter om deze techniek enkel toe te passen bij patiënten met wie je op een natuurlijke manier een goed contact hebt. En als het om de één of andere reden niet goed voelt, laat je het uiteraard achterwege. Mensen met een groot ego kunnen het bijvoorbeeld moeilijk hebben met provocatieve therapie. En bij een narcistische persoonlijkheid is dit soort therapie al helemaal niet aan te raden.” Na 15 jaar is Adélka Vendl nog steeds heel enthousiast over provocatieve therapie: “Omdat het een methodiek is die heel erg ont-problematiserend is. Veel problemen kunnen ook niet worden opgelost maar moeten gewoon worden aanvaard: u moet wat minder hooi op uw vork nemen, u zal geen marathon meer lopen. Provocatieve therapie kan een middel zijn om die boodschap over te brengen. Op die manier kunnen nodeloze doorverwijzingen soms vermeden worden.“

 
U lijkt me een vrij hopeloos geval

Anna Van Der Vleuten

Klik hier voor het artikel in PDF.