De derde studie van mijn PhD is van start!
Ik heb inmiddels de eerste interviews achter de rug en er volgen er nog zeker twaalf. Het liefst zou ik nu al allerlei prachtige observaties delen, maar daar begint de wetenschap zachtjes doch streng met haar vingertje te zwaaien.
Mijn promotor waarschuwde me terecht: “Dat kun je niet doen, Adélka, dan beïnvloed je mensen.”
Dus vertel ik voorlopig niet wat de coaches zeggen, maar wat dit proces met mij doet. En dat is verrassend veel.
Uitsnede van mijn interview met Marie Josee
Het is ongelooflijk boeiend om diep door te vragen naar de werking van humor bij executive coaches. Hoe gebruiken zij humor bij lastige ondernemers, CEO’s en C-suite managers? Wanneer werkt het verbindend? Wanneer wordt het spannend? Wanneer helpt humor om iets bespreekbaar te maken wat anders onder tafel blijft liggen?
Soms moet ik op mijn tong bijten. Dan zegt iemand iets waarvan ik denk: ja, precies, dát is het! Maar in een interview is het niet mijn taak om bijval te geven, enthousiast mee te praten of mijn eigen stokpaardjes gezellig het gesprek in te laten draven. Mijn taak is luisteren, doorvragen en begrijpen. In het hoofd van de ander kruipen.
Dat is heerlijk én soms ook irritant moeilijk. Want na die gesprekken begint het minder glamoureuze deel: de data verwerken. En nee, ik mag niet opschrijven wat ik “ongeveer” heb gehoord. Alles moet zorgvuldig worden vastgelegd, gecodeerd en geanalyseerd. Antwoorden moeten in categorieën worden geplaatst. Ik moet transparant maken welke methode ik gebruik, welke keuzes ik maak en hoe ik tot mijn conclusies kom.
En dan hebben we het nog niet eens over de mappenstructuur. Daar dacht ik natuurlijk even elegant omheen te fietsen. Gewoon goed bewaren op mijn eigen server, toch? Nee dus. De universiteit Leuven heeft daar heel verstandige en volkomen terechte regels voor. Veilige opslag, nette structuur, zorgvuldige documentatie.
Kortom: precies het soort dingen waar mijn creatieve hoofd niet spontaan van gaat kwispelen.
Maar misschien is dat juist het mooie van promoveren. Ik moet dingen doen die ik nog niet goed kan. Ik moet me verdiepen in systemen waar ik niet vanzelf warm voor loop. Ik moet mezelf dwingen om precieser te zijn dan mijn eerste impuls. En dat houdt me fris. Het is een soort professioneel use it or lose it.
Ik zie om me heen hoe verleidelijk het is om op een bepaalde leeftijd vooral te herhalen wat je al weet. Dezelfde verhalen. Dezelfde overtuigingen en stokpaardjes op verjaardagen, congressen en LinkedIn. Voor je het weet word je iemand bij wie anderen al weten wat er komt zodra je ademhaalt.
Mijn PhD dwingt me om nieuwsgierig te blijven. Om opnieuw beginner te zijn. Om niet te snel te denken: dit ken ik al. En misschien is dat wel een van de mooiste bijvangsten van onderzoek doen: je onderzoekt niet alleen je onderwerp, je wordt zelf ook onderzocht.
Door je eigen ongeduld.
Door je behoefte om slim gevonden te worden.
Door je neiging om te snel conclusies te trekken.
Door je computerbestanden die zich gedragen als een kleuterklas zonder juf.
En toch ben ik dankbaar. Want dit traject houdt mijn hoofd fris en mezelf hopelijk een iets aangenamer gezelschap. Voor mezelf en voor mijn omgeving, die anders misschien ook weer naar hetzelfde verhaal over provocatief coachen had moeten luisteren. Voor de 864e keer.
Innovatief coachen begint waar de hulpreflex stopt. In mijn opleiding leer je hoe je doorpakt op echte verandering, met humor, liefdevolle uitdaging en plezier in je werk.
Meer info: