Waarom AI-coaches je (nog) niet vervangen — en waarom dat eigenlijk niet de juiste vraag is

Tijdens het NOBCO-congres zat ik in de zaal bij een presentatie van Rebecca Rutchman over AI-coaching. Wat haar onderzoek liet zien, was indrukwekkend en lekker ongemakkelijk.

AI-coaches blijken op veel vlakken niet meer onder te doen voor menselijke coaches. Ze zijn consistent, altijd beschikbaar en herkennen razendsnel patronen. Op basis van competenties, bijvoorbeeld NOBCO Foundation ‘practitioner’-niveau, zijn ze gelijk aan een mens. En zelfs bij een aantal meer gevorderde niveau’s komen ze verrassend dichtbij. En toch bleef er iets knagen. Want als techniek zo goed te reproduceren is, waar zit dan nog ons vakmanschap?

De menselijke coach vs. AI

Onderzoek van Erik de Haan (2024) laat zien dat methodieken nauwelijks verschil maken. Verschillende coachstijlen werken ongeveer even goed. Wat wél verschil maakt, is de coach zelf. En daar zit iets interessants onder.

Coaches verschillen enorm in hun coachingsideologie, in hoe ze kijken, wat ze belangrijk vinden, hoe ze interveniëren. En juist die verschillen werken, omdat ze passen bij de persoon van de coach. Je stijl werkt omdat die van jou is. Dat betekent dat je ontwikkeling als coach niet zit in nóg een methode leren, maar in het verdiepen van je eigen signatuur. Dat is het enige wat jij beter kunt dan alle anderen.

En dan komen we bij het echte verschil met AI. Dat zit niet in techniek, maar in ons mens-zijn. In onze doorleefde ervaring. Een AI-coach kan empathisch klinken, maar heeft niets doorleefd. Hij weet niet hoe het is om midden in de nacht wakker te liggen, om jezelf tegen te komen, om door een fase heen te gaan waarin je denkt: wat gebeurt hier met mij?

Ik kan als menopausale vrouw tegen een andere vrouw zeggen: “nou, welkom in de club van spontaan zweten tijdens serieuze gesprekken,” en dan gebeurt er iets. Een blik van herkenning, ontspanning, een gevoel van: jij snapt dit echt.

Dat is geen techniek. Dat is gedeelde ervaring. Het verschil zit dus niet alleen in wat je zegt, maar in wat er gebeurt tussen twee mensen. In het contact, in de interactie; in het gevoel dat iemand je niet alleen begrijpt, maar iets herkent vanuit zijn eigen leven.

Een unieke kracht

En er is nog een verschil. AI is door ons geprogrammeerd om te helpen, om te ondersteunen, om oplossingen aan te dragen. Dat is precies wat veel coaches ook doen. Maar juist daar zit de beperking. Coachen met humor vertrekt vanuit het idee dat mensen sterker zijn dan ze denken, en dat je die kracht niet activeert door te helpen, maar door soms juist niet mee te gaan. Door te ontregelen, te prikkelen, iemand even uit balans te brengen, terwijl je in contact blijft. Dat spel van uitdagen en dragen tegelijk vraagt geen techniek, maar aanwezigheid en lef. En dat kun je niet leren uit een boek.

Als methodieken minder verschil maken en de coach zelf des te meer, dan betekent dat ook iets voor hoe we coaches opleiden. Dan gaat het niet alleen over vaardigheden, maar over hoe jij kijkt, hoe jij reageert, wat jij durft te doen en te laten.

Misschien is de echte vraag dus niet of AI ons gaat vervangen. Maar of jij een coach durft te zijn die echt het contact aangaat, die niet automatisch helpt, die soms even niet redt maar wel blijft staan, zoals een goede ouder die ziet dat een kind iets zelf moet leren en er toch naast blijft staan. Daar, in dat contact, ontstaat iets wat voorlopig niet te automatiseren is.


Innovatief coachen begint waar de hulpreflex stopt. In mijn opleiding leer je hoe je doorpakt op echte verandering, met humor, liefdevolle uitdaging en plezier in je werk.

Meer info:

Volgende
Volgende

Wat heb je aan een provocatief psycholoog die zelf onderzoek doet?