Ode aan de fatsoenlijke man

In het vliegtuig lees ik een artikel uit de Volkskrant “Man, man, man, vijf experts over waarom de meerderheid van #MeToo daders man is”.

Ik kan niet zeggen welke van de vijf experts het bij het rechte eind heeft, maar ik heb even een heel ander verhaal. Een positief verhaal. Een verhaal dat ook voor een cultuuromslag kan zorgen, maar dan vanuit een opwaartse spiraal.

Mijn trein naar Schiphol komt tot stilstand op Amsterdam Zuid. ‘Er rijden geen treinen van en naar Schiphol doordat er politie onderzoek gaande is’, galmt er uit de omroepbox.
Natuurlijk ben ik weer eens te laat naar Schiphol gegaan, maar met deze trein had ik het makkelijk kunnen halen. Wat zal ik doen, op de volgende trein wachten, die nu wel wordt omgeroepen? Of een taxi nemen?
Ik besluit te wachten maar loop een beetje als een opgejaagde kip over het perron. Even klamp ik een conducteur aan die er geen zin in heeft. ‘Ik weet net zoveel als de omroeper’, bijt hij me toe.


ode aan de fatsoenlijke man.jpg

Als de 3e beloofde trein niet rijdt, pak ik mijn koffer en loop naar de uitgang, naar de taxistandplaats. Voor mij stapt een man in pak in de taxi. Ergens eind veertig, die ik al op het perron gezien heb. Hij maakt een rustige indruk, het tegenovergestelde van mij zeg maar. ‘Wil je ook naar Schiphol?’ vraagt hij beleefd.
’Oh heel graag’ en ik stap achterin. Ik bedank hem uitvoerig en we praten even over het vermeende ongeluk op het spoor.

Dan komt een precair moment, want waar gaan we eerst heen? Naar de vertrekhal, want ik moet mijn vliegtuig halen. Of eerst naar het Hilton waar Dennis, zo heet deze aardige vent, moet spreken. ‘Als je het niet erg vindt,’ zeg ik  ‘dan gaan we eerst naar de vertrekhal. Ik heb nog 10 minuten’. Maar ik denk heel wat anders, namelijk: Als hij het wél erg vindt, dan mis ik mijn vliegtuig! Ik zie hem verbouwereerd kijken en ik schaam me voor mijn assertiviteit. Maar even later zegt hij: ‘Ik heb geen haast hoor, ik hoef pas om 14.00 te spreken’. En dan ontspan ik. We praten een beetje over zijn werk als value based Health care professional, wat het is en hoe hij er patiënten mee gaat helpen. En we spreken over wetenschappelijk onderzoek.

Als Schiphol in zicht is, zeg ik tegen hem, ‘hoe zullen we dit regelen, stuur je mij een tikkie?’. ‘Ik weet eigenlijk niet wat een tikkie is’, zegt hij wat verlegen. Dan barst ik in lachen uit en mijn spontane provocatieve geest neemt het over. ‘Wel spreken op een conferentie maar niet weten wat een tikkie is, dat kan toch niet?! Heb je kinderen?’
‘Ja vier’ zegt hij. ‘Als je vanavond thuis komt, na je speech, dan kun je vragen aan een van je kinderen, leg papa eens uit wat een tikkie is.’ zeg ik wijsneuzerig.

Maar samen zien we ook het voordeel van deze onwetendheid in, omdat hij tot nu toe niet bestookt wordt met allerlei tikkies van zijn kinderen. ‘Tja’ zeg ik ‘daar heb je wel gelijk in. Ik wordt om de haverklap getikkied, voor reisgeld, boodschappen, lunch, bier etc. Niet vragen dus!’

‘Maar hoe doen we dat nu dan, hoe splitten we deze rit?’ ‘Ik heb alleen een kaart,’ zegt Dennis, ‘dus het is goed, ik zorg er voor. Ik was anders toch alleen in de taxi gestapt.’
’Weet je het zeker?’ opper ik, ‘wil je niet mijn nummer, weten wie ik ben, mijn kaartje?’ Ik realiseer me tegelijkertijd dat dit wel heel impertinent klinkt, ik dring deze man bijna mijn adres, telefoonnummer en bankgegevens op. Maar hij is onvermurwbaar en blijft cool. ‘Nee, het is goed.’

Dit is het moment waarop ik me realiseer: wat zijn er toch veel fatsoenlijke mannen op deze wereld en dit mag meer gezegd worden. Door de #MeToo stroming richten we ons nu veel op het slechte gedrag van mannen. We willen het graag verklaren, weten waarom de daders dit gedrag vertonen. Is het macho, is het evolutionair of toch hormonaal?
Maar daar komen we gewoonweg niet achter. Net als ik in de sessies met mijn cliënten geen heil zie in lang stilstaan bij waarom-een-probleem-ontstaan-is, gaat het ons hier ook niet veel helpen. Als je al een ‘diagnose’, hebt, geeft dit weinig garantie voor gedragsverandering.

random acts of kindness.jpeg

Nee, beter is het ons te richten op de cultuurverandering zoals Peter Leusink in het artikel van de Volkskrant zegt. “Voorbeeldfiguren hebben we nodig, die laten zien wat goed gedrag is,“ aldus Leusink.
En daar ben ik het met hem eens. Ik denk dat een onderdeel van de hele discussie ook gevoerd kan worden door je waardering uit te spreken voor deze ‘acts of kindness’. Waardering voor het gedrag van deze man die, zelfs na stevig aandringen van mij, geen enkele onbetamelijke actie heeft ondernomen. En gewoon voor mij de taxi heeft betaald.

Dennis, je bent een held.

 

 

Provocatief opvoeden

provocatief opvoeden.jpg

‘Mijn zoontje durft niet te logeren’, stond als kop bij de opvoedrubriek van de NRC. Opvoedrubrieken zijn herkenbaar en vaak een lust voor ouders om te lezen dat zij niet de enige zijn. Ik mis bij de adviezen soms de provocatief/humoristische inslag. Het is allemaal zóó serieus. Terwijl als er iets is waar kinderen vatbaar voor zijn, is het humor. Dus heb ik een eigen reactie geschreven.

Even een wetenschappelijke verwijzing. Een aantal onderzoeken pleiten al voor humor-interventies bij familie therapie. There are Psychological and emotional advantages of the effective use of humor in a therapeutic setting (Franzini, 2001; Goldin & Bordan, 1999; Jacobs, 2009; Maples et al., 2001) in Journal of familiy psycholtherapy geschreven door L Fox (2016).

Een andere betrouwbare bron: Mijn zoon van 12.
Reactie op mijn blog hieronder: ‘Da’s best slim mam, ik denk dat het kind tegen de moeder gaat zeggen dat ze moet opstappen. Zo had ik het nog niet beken maar het klopt!’

Een provocatieve benadering:
Je kunt eerst de rubriek lezen of gelijk naar onderen scrollen.

NRC en opvoeden

Mijn zoontje durft niet te logeren.

Ik zou pleiten voor totale acceptatie van het niet-willen-logeren. Daarbij kun je een humoristische-absurde oplossing opperen. Dit zorgt ervoor dat het kind zélf tegen de moeder gaat zeggen: 'nu wil ik logeren!'

Het probleem is dat wij als ouders iets van het kind willen. We willen voorkomen dat het bijvoorbeeld een angststoornis ontwikkeld. Dit is onze eigen angst, maar het kind voelt dat er iets 'moet'. Daarmee kan hij je ook manipuleren, door zich te verzetten tegen wat ‘moet’. Komen we daar los van, dan kunnen we provocatieve en humoristische methoden inzetten. Bijvoorbeeld:

Op school: Ga bij hem zitten, licht de juf in en zeg tegen je zoon: “Mama blijft bij jou zitten, naast je en doet de les mee. Je wilt niet dat ik wegga dus dan blijf ik de hele les.” Als je dit doet dan zegt je kind vanzelf: “mam, ga maar naar huis ik kan het alleen af.”

Logeren: Voorkomen dat hij gaat logeren. Zeg desnoods met een knipoog: “Nee joh dat moet je niet doen, dan moet ik je 's avonds weer ophalen en dan schaam je je weer.” Ontmoedig om te logeren en noem de nadelen op. Niet met verwijt, maar met acceptatie en warmte. Het komt vanzelf, maar bij hem duurt het wat langer.

Niet forceren, daar ben ik het mee eens, maar heulen met de vijandelijke gedachte is nog effectiever. De advocaat van de duivel spelen noemen we dat. Het is grappiger en je voorkomt dat je gemanipuleerd wordt.