Ils ont tous gagnés

We waren op een Camping in Guéthary, een voormalig favoriete vakantiebestemming voor ons gezin. Dat was in de tijd dat mijn stiefvader nog leefde. Hij had het bedrijf van zijn vader overgenomen en dit uitgebouwd tot een bloeiend conglomoraat, ook buiten de Hollandse grenzen. Hij was hardwerkend en eerlijk. Hij schepte er een genoegen in om iedereen op dezelfde manier te behandelen, of het nu een toiletjuffrouw betrof of een grote investeerder. En dat sierde hem. En dus mochten de stiefdochters ook gebruik maken van het Baskische stulpje in het liefelijke kunstdorpje aan de Frans Atlantische kunst. Bij ons kortweg 64 genoemd. Toen stiefvader overleed eindige voor ons deze geliefde deal. Zijn zonen hadden geen trek in onbekend aangetrouwd pleps. Ze gooide het halve huis plat, moderniseerden de boel,  barricadeerden de poort en verschansten zich met hun soort mensen achter hoge hekken.

Maar dat deerde ons deze keer niet om weer eens een kijkje te nemen, samen met de jongens. Zij malen er trouwens geen cent om dat ze in een tent slapen. Als de golven maar hoog genoeg zijn.

Op een camping kom je dan ook weer interessante uitspraken tegen, zoals die van de Franse camping yoga lerares. Toen wij yoga trutten in de ochtend niet alleen onze stramme spieren probeerden op te rekken en ons in onmogelijke slangenstreches wurmden, moesten we ook als jury leden fungeren. Jury voor de kleine show die de dames van het animatieteam hadden georganiseerd voor het jonge grut. Toen alle mini’s voorbij waren gelopen en hun ding hadden gedaan, deed onze yoga lerares de volgende uitspraak:

“Ils ont tous gangez!”

Wij, juryleden konden niet meer zeggen wie van de kids onze favoriet was. Er bekroop mij een naar gevoel. Een protest maakte zich meester in mijn lijf. Zal ik? Zal ik er wat van zeggen? De laatste tijd houd ik me al zo in, want mijn kinderen nemen het mij niet in dank af dat ik op Jan en allemaal commentaar heb. Laat staan op gedrag van iemand. Maar goed, ze waren nu niet bij deze uitbundige yogales en ik zat hier wel met een directe steen in mijn maag.

Wat voor signaal geven we onze kinderen als we zeggen: Ze hebben allemaal gewonnen? En, waarom kan deze yoga lerares er niet tegen dat ze iemand laat winnen? Ik zou me, als kind toch wel behoorlijk bekocht voelen. Er was een 8 jarig meisje dat zowaar de hele split deed (iets waar wij yoga mensen alleen van kunnen dromen en waar veel discipline, doorzettingsvermogen en oneindige yogasessies voor nodig zijn). Waarom mocht zij dan niet winnen?

provocatief coachen.gif


Als wij kinderen niet leren dat er in een groep verschillen zijn in talenten en dat er nu eenmaal eentje de winnaar is, leren ze nooit omgaan met teleurstellingen. Het is onze eigen teleurstelling, of de angst op teleurstelling bij de kinderen die ons tegenhoudt. Ik voelde het gelijk in de houding van mijn Franse yoga lerares. Ze lachte blij maar liet ook duidelijk merken dat we een niet-blije sfeer hier niet dulden.

Ik geloof helemaal niet dat de kinderen hierdoor zo teleurgesteld zijn dat ze verhaal gaan houden bij hun ouders. En dat die ouders het animatieteam dan weer komen bestormen. Die kans acht ik kleiner dan dat ik verwacht dat mijn kinderen, uit zichzelf ’s avonds alle gebruikte zooi opruimen van de dag. Nihil dus.

Wij moeten kinderen leren dat er verschillen zijn in prestaties en dat als hun prestaties niet zo uitzonderlijk zijn, ze weinig kans hebben om te winnen. En dat is helemaal niet erg. Want frustratie zet aan tot weer iets anders. Het motiveert en geeft kracht. We moeten kinderen leren dat ze dan wellicht hun heil in andere activiteiten moeten gaan zoeken. En natuurlijk houden we nog evenveel van ze.

Bij de show was er duidelijk eentje bij die echt geen talent had voor een performance. Ze bewoog zich op het toneel als een aan een touwtje getrokken hark. Ik had haar eerder een schrijftalent toegedicht of iets waar je een goede observator voor moet zijn. En, dat is toch niet erg? Maar de flair van het meisje in de split had ze niet en dat is voor de show wel essentieel.  

Winnen en verliezen is aan de orde van de dag in het leven. Je moet dit kunnen als volwassene. En waar kun je dit beter leren als in de speeltuin van het kind-zijn?

Ik heb het niet gezegd tegen de blije Franse yoga lerares. En dat is maar goed ook want dan had ik er nu niet zo’n stukje over kunnen schrijven.

Bregje Bullens en Adelka Vendl doen wat samen.

Beide zijn provocatieve coaches met hart en ziel, die het opleiden in hun bloed hebben. Ze organiseren in het najaar een masterclass voor provocatieve coaches en gaan samen een provocatief teamtraject in de jeugdzorg vormgeven.

Wat hen bindt is dat ze het beide heel belangrijk vinden om hun cursisten persoonlijk te begeleiden. De warme relatie is, net als in de coaching zelf, in de opleiding essentieel. Ze weten wie iedereen is en ze vinden ook dat een opleiding naast het aanleren van goede provocatieve methodieken ook een persoonlijk ontwikkelingstraject is. Theatertechnieken zorgen voor handelingsvrijheid en gebruiken ze beide voor het aanleren van de provocatieve techniek. Daarnaast vullen ze elkaar aan.
Adélka combineert voelen met weten: veel oefeningen bij haar gaan over zelf ervaren. Daarnaast zit ze graag met haar hoofd in artikelen en analyseert: waar komt het door dat provocatief werkt? Haar missie is provocatief coachen inzichtelijk te maken.
Bregje is vooral een meester in het non-verbaal spiegelen en het spelen van de vermoorde onschuld. Bregje is van nature provocatief en kan, als de girl-next-door, je in een warm bad zetten om er vervolgens lachend een bak ijsklonten in te gooien. Provocatief coachen neerzetten als filosofie is haar levensmissie.

Bregje Bullens en Adelka Vendl